Bevolking

Het land telt nog geen zevenhonderdduizend inwoners. De meesten van hen zijn boeren en leven ver verwijderd van een nederzetting. Ongeveer een vijfde deel woont in een dorp of stad. De bevolking kan worden onderverdeeld in drie etnische groepen. (1) De Sharchop zijn de oorspronkelijke bewoners. Zij leven vooral in het oosten van het land. Vermoedelijk kwamen zij vanuit het noorden het land binnen. Maar het is niet duidelijk wanneer zij in Bhutan arriveerden. (2) De Ngalop zijn afstammelingen van Tibetaanse immigranten die vanaf de negende eeuw in Bhutan arriveerden. Zij wonen vooral in het westen van het land. (3) De Lotshampa zijn nakomelingen van Nepalezen die vanaf het einde van de negentiende eeuw in Bhutan arriveerden. Zij leven vooral in het zuiden van het land. De eerste twee groepen zijn algemeen bekend als Drokpa en vormen tezamen meer dan de helft van de bevolking. De derde groep van Lotshampa vormt ruim een kwart van de bevolking. Daarnaast zijn er nog verscheidene kleinere bevolkingsgroepen waarvan de meeste een eigen taal en gebruiken hebben. Tot deze culturele minderheden behoren de Monpa en de Brokpa.

De Monpa zijn de oudste bewoners van het land en leven een teruggetrokken bestaan als landbouwers in de afgelegen berggebieden in het midden van het land. Het is onduidelijk waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Ze spreken een taal die sterk afwijkt van de andere talen ondanks enige verwantschap. Ze vormen een hechte traditionele gemeenschap en leiden een eenvoudig bestaan waarmee ze amper in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Ze leven in een groot gezinsverband en werken samen op de landbouwvelden rond hun dorp. Ze zijn bedreven in verschillende vormen van huisnijverheid zoals het vlechten van riet en bamboe. Daarvan maken ze gevlochten wanden, matten en potten.  Ze maken ook hun eigen kleding. Vroeger hadden ze een eigen klederdracht die tegenwoordig niet meer voorkomt. Ze blijken trouwe aanhangers van de vroegere natuurgodsdiensten. Ze voeren nog steeds animistische rituelen uit die tot voor kort gepaard gingen met dierenoffers. Tegenwoordig zijn de dierenoffers vervangen door de offerandes van gekookte eieren. Inmiddels hebben ze ook het boeddhisme omarmd. Sommige dorpen hebben zelfs een tempel.

Doorgaans is de man het gezinshoofd en neemt hij de beslissingen. In zijn afwezigheid neemt de vrouw deze verantwoordelijkheden over.  De ouders spelen geen rol in de keuze van hun kinderen voor een huwelijkspartner. Bij de geboorte van een kind is er geen voorkeur voor een jongetje of een meisje. Sommigen hebben lichte voorkeur voor een dochter, want die blijft na het huwelijk wonen in het huis van haar ouders. Haar echtgenoot trekt in bij zijn schoonouders. In het geval van ziekte zoeken de meeste Monpa hun toevlucht tot traditionele genezingspraktijken. Ze zijn bijgelovig en rechtlijnig in hun opvattingen. Ze geloven er niet erg in dat ziekte het gevolg is van een slechte gezondheid of een slechte hygiëne. Ze zijn er meer van overtuigd dat ziekte wordt veroorzaakt door kwade geesten of een slechte lotsbestemming. Geleidelijk wenden ze zich steeds meer tot moderne voorzieningen. Een aantal van hen beschikt inmiddels over waterleidingen voor schoon drinkwater en overdekte afvoerkanalen voor vuil afvalwater. Dankzij overheidsbemoeienis hebben zij net als andere bewoners toegang tot gratis medische hulp en gratis onderwijs.

De Brokpa zijn oorspronkelijk afkomstig uit Tibet en vestigden zich rond de zevende eeuw in het oosten van Bhutan. Daar leiden zij een semi nomadisch bestaan als veehouders. Zij houden voornamelijk yaks naast andere dieren zoals paarden en schapen. In de zomer verhuizen zij met hun vee naar de hoger gelegen gebieden en in de winter trekken zij naar de lager gelegen gebieden.  Daar ruilen ze op de markten hun zuivelproducten zoals kaas en boter voor voedingsgranen.  Ook ruilen ze producten als vlees, wol en leer voor lokale goederen. In hun omgang met de lokale bewoners kennen zij een unieke handelsrelatie die men drukor noemt. Bijna alle Brokpa gezinnen hebben een gastgezin in verschillende dorpen met wie zij goederen ruilen. Met de modernisering heeft echter ook de geldeconomie zijn intrede gedaan en veel Brokpa verkopen tegenwoordig hun producten. Desalniettemin zijn niet alle Brokpa in staat om op deze manier in hun levensonderhoud te voorzien. Sommigen verkopen hun vee en storten zich op de landbouw. Daarnaast beoefenen ze verschillende vormen van huisnijverheid.  

Aangezien de regio weinig vlakke gebieden kent bouwen de Brokpa hun velden als terrassen tegen de berghellingen. de landbouwtechnieken zijn door de eeuwen heen nauwelijks veranderd en het meeste werk wordt gedaan door de gezinsleden zelf. Zij zijn vele uren werkzaam op het veld om net voldoende voedsel te produceren voor het hele gezin. Andere werkzaamheden zijn het spinnen en weven van wol die afkomstig is van enkele schapen die zij bezitten. Ook vervaardigen zij wollen producten afkomstig van de stugge haren van een yak. Voorts zijn zij bedreven in werkzaamheden als timmerman of als smid. Zowel mannen als vrouwen hebben een gelijke status en gelijke verantwoordelijkheden in het onderhoud van hun gezin. De mannen zijn de meeste tijd bezig met het hoeden van de veestapel of de verkoop van zuivelproducten. De vrouwen genieten veel aanzien in de gemeenschap, want zij nemen de besluiten rondom het huwelijk van hun kinderen, zij besluiten wanneer het tijd is om te verhuizen en zij beheren de financiën. Zij vertegenwoordigen tevens het gezin bij alle publieke optredens op zowel sociaal als religieus vlak. 

De Brokpa vrouwen zijn tijdens de publieke optredens te herkennen aan hun eigengemaakte kleding die duidelijk afwijkt van de klederdracht elders in Bhutan. De kleding van de vrouwen bestaat uit zeven onderdelen. Ze dragen een roze tuniek van ruwe zijde met een verticale witte schering zonder kraag of mouwen die reikt van de schouders tot de enkels. Door middel van een katoenen ceintuur met roodgele strepen maken ze deze tuniek vast rond het middel. Daarboven dragen ze een geborduurd rood jasje met bloemetjespatroon op zowel de voor- als de achterkant. Onder het jasje dragen ze een kleurige blouse van ruwe zijde met enig borduurwerk. Aan de achterzijde dragen ze een rood gekleurd schort van schapenwol vanaf het middel of vanaf de schouders als bescherming tegen de regen. Ze dragen voorts een rond zwart hoofddeksel met vijf kwasten om regendruppels af te voeren. Dit stevige hoofddeksel is gemaakt van stugge yak haren. Tenslotte dragen ze in de hand een kleine maar uiterst stevige tas. Die is gemaakt van fijnere yak wol. De kleur is zwart met een wit motief.

De godsdienst is een belangrijk onderdeel in het leven van de Brokpa. Ze zijn bijna allemaal boeddhisten en trouwe bezoekers van de festivals in kloosters en burchten. De meeste gezinnen hebben bovendien een altaartje in hun woning ter ere van een boeddhistische heilige. Daarnaast blijken ze trouwe aanhangers van de traditionele natuurgodsdiensten die zij van oudsher belijden. Zo blijkt vooral  Ama Jhomo een van de belangrijkste goden in het geloof van de Brokpa. Sherphu is een andere lokale godheid die zij vereren. Zij dragen jaarlijks een mis op aan deze godin en bidden tot haar om bescherming voor zichzelf en voor hun vee. Daarnaast bezigen sommigen van hen nog sjamanistische praktijken. Deze sjamanisten geloven in een onzichtbare wereld van goden en demonen zowel als geesten van voorouders. Zij roepen de hulp in van priesters of priesteressen die namens hen in contact treden met de geesten. Deze sjamanen spelen een vooraanstaande rol tijdens belangrijke gebeurtenissen in het gemeenschapsleven zoals geboorte, dood en huwelijk. 

De meeste huwelijken worden van tevoren geregeld door de ouders. Tijdens een bijeenkomst maakt het jonge stel voor het eerst kennis met elkaar. Daarna raadplegen de ouders van de aanstaande bruidegom een sterrenwichelaar alvorens een bezoek te brengen aan het ouderlijk huis van de bruid om er een wijnoffer te brengen. Vervolgens krijgen alle familieleden van de bruid een ceremoniële sjaal aangeboden. Als de aanstaande bruid het voorgenomen huwelijk weigert bieden haar ouders als tegen gebaar drank aan. Als de bruid instemt wordt het huwelijksaanzoek bezegeld met het aanbieden van een sjaal door de bruidegom aan de bruid. Vervolgens wordt een geschikte datum gekozen voor het huwelijksfeest. De geboorte van een kind viert men uitbundig, want er komt een nieuwe arbeidskracht bij. Overlijdensrituelen daarentegen verlopen bizar en zijn bovendien erg verschillend binnen de gemeenschap. Doorgaans bewaart men het lichaam van een overledene drie tot zes dagen in koud water naargelang het advies van de sterrenwichelaar. Daarna hakt men het in stukken als voedsel voor de gieren of men begraaft het lichaam. 

Terug naar inhoudsopgave