Siem Reap ligt vlak bij de toegang naar de
tempels van Angkor. De meer dan honderd tempels van Angkor (Hoofdstad of Heilige
Stad) vormden tezamen de kern van een enorm
bestuurlijk en religieus centrum. De huizen, openbare gebouwen en paleizen waren
gemaakt van hout en zijn sinds lange tijd vergaan. Alleen de tempels zijn
bewaard gebleven omdat het recht om in stenen
gebouwen te wonen was voorbehouden aan de goden. De tempels waren gebouwd naar
het voorbeeld van de mythologische berg Meru. De vroegste tempels benaderden dit basisontwerp het
dichtst. In wezen was de berg niets anders dan een platte top op een verticale
onderbouw van meerdere lagen. Bovenop bevond zich het centrale heiligdom,
doorgaans met een open deur naar het oosten en drie valse deuren in de andere
richtingen. In een latere periode werd dit ontwerp verfraaid. De platte top werd
bijvoorbeeld bekroond met vijf torens in een vijfvoudige opstelling – vier
torens op de hoeken en een in het midden. Andere bouwstijlen die in zwang kwamen waren
een toegangsgebouw en een straatweg met naga balustrades en beelden die
naar de tempel leiden. Naarmate de tijd verstreek kreeg de toren in het midden
een minder vooraanstaande plaats. Tempelhoven met een rijk versierde
zuilenrondgang begonnen de middelste toren te omgeven. Boven poorten en op
muurhoeken verschenen kleinere torens. Nog later onttrekt een horizontaal ontwerp van galerijen, gangen en tempelhoven
de toren in het midden aan het oog. De gangen en deuropeningen in
deze bouwwerken zijn opvallend smal, omdat de bouwmeesters gebruik maakten van
“valse” booggewelven: zij stapelden blokken steen boven op elkaar tot ze in
het midden bij elkaar kwamen. Dergelijke gewelven hebben een heel kleine
spanwijdte.
Hieronder volgt een beschrijving van de meest bezienswaardige tempels in en rondom Angkor. De
volgende monumenten komen achtereenvolgens ter sprake: Phnom Kulen, Kbal Spean,
Preah Ko, Bakong, Lolei, Bakheng, Mebon, Pre Rup, Banteay Srei, Ta Keo,
Phimeanakas, Baphuon, Angkor Wat, Bayon, Ta Prohm en Preah Khan. De meeste van
deze monumenten lenen vanwege de kenmerkende bouwstijl hun naam aan een bepaalde
periode in de architectuurgeschiedenis van Angkor.
Andere monumenten zijn bekend geworden vanwege de standbeelden en de
steengravures die men er later aantrof en vanwege de kleurrijke staat waarin zij
bewaard zijn gebleven.
Op ongeveer vijftig kilometer ten noorden
van Siem Reap ligt de berg Phnom Kulen. De berg speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Khmer rijk,
aangezien koning Jayavarman II (802-850) op deze plaats de
onafhankelijkheid uitriep en daarmee de basis legde voor het
hedendaagse Cambodja. Op de top van de berg is een kleine tempel met een grote
liggende boeddha die is uitgehakt in een zandsteen rots waarop de tempel rust.
Vlakbij is een waterval met enkele steengravures in de rivierbedding. Vlakbij de
waterval is de ruïne van een negende eeuwse
tempel met de naam Prasat Krau Romeas die door het oerwoud is overwoekerd.
Iets verderop zijn talrijke lingams in de bedding van de rivier gekerfd
die daarom de “rivier van duizend lingams” wordt genoemd. Op de berg
bevinden zich nog verscheidene andere monumenten uit de Angkor tijd. Die zijn
echter moeilijk toegankelijk vanwege de aanwezigheid van landmijnen uit de
recente burgeroorlog.
Ongeveer vijftig kilometer ten noordoosten van Siem Reap ligt Kbal Spean (Bruggenhoofd) een rivierbedding met prachtige steengravures diep in het oerwoud. De plaats ontleent zijn naam aan een natuurlijke brug van rotssteen over de rivier. In de volksmond is de plaats eveneens bekend geworden als de “rivier van duizend lingams”. In de rivierbedding zijn vele lingams gekerfd en overal in het gebied komt men figuren van hindoe godheden tegen. Men geloofde dat de lingams het water van de rivier geestelijk verrijkten en aldus de rijstvelden rondom de oostelijke baray vruchtbaar maakten omdat het water daarheen stroomde. Aan de bovenloop van de rivier is een indrukwekkende steengravure van Vishnoe gevolgd door een serie gravures bij het bruggenhoofd zelf inclusief het rijdier van Shiva, de stier Nandi. Verder stroomafwaarts zijn verscheidene steengravures van Vishnoe, en van Shiva met zijn levensgezel Uma. Verderop verschijnen honderden lingams in de rivierbedding.
Op zo’n 15 kilometer ten oosten van Siem
Reap liggen de tempels van de Roluos groep met namen zoals Preah Ko, Bakong en
Lolei. Roluos was de vroegere hoofdstad van koning Indravarman I (877-889) toen
het nog de naam Haliharalaya had. Deze naam was een samenvoeging van de
hindoe goden Shiva en Vishnoe. De monumenten van Roluos behoren tot de vroegste
permanente tempels die de Khmers bouwden. De monumenten kenmerken het begin van
de klassieke Khmer bouwkunst. In de tijd vóór de bouw van Roluos werden
voornamelijk lichtere en minder duurzame bouwmaterialen gebruikt zoals baksteen.
Preah Ko (Heilige Stier) werd aan het einde
van de negende eeuw in opdracht van koning Indravarman I (877-889) gebouwd. In
twee rijen zijn zes prasat of stenen zalen gebouwd richting het oosten.
Ze zijn versierd met gravures in zandsteen en gepleisterde reliëfs. De toren in
het midden van de voorste rij is een stuk groter dan de andere torens. Iedere
tempel heeft fijne sanskriet inscripties op de deurstijlen. Voor de eerste rij
tempels staan drie nandi of heilige stieren. De beelden verkeren in een
slechte staat. Preah Ko werd door koning Indravarman I gewijd aan zijn
vergoddelijkte voorouders in 880 na Chr. De voorste torens hebben betrekking op
de mannelijke voorouders of goden, de achterste torens houden verband met de
vrouwelijke voorouders of godinnen. Een rij leeuwen bewaakt de trap naar het
tempelplatform.
Bakong is de grootste en meest interessante
tempel van de Roluos groep. De tempel werd in opdracht van Indravarman I
(877-889) gebouwd en gewijd aan Shiva. De tempel was het centrale heiligdom van
de stad en het eerste monument naar het voorbeeld van de berg Meru. Ook was het de eerste tempel waar men gebruik
maakte van zandsteen als bouwmateriaal. Het bouwwerk is op het oosten gericht en
heeft een centrale piramide van zandsteen bestaande uit vijf niveaus. Aan de
basis is het bouwwerk zestig meter breed en omzoomd met acht torens van baksteen
en zandsteen benevens andere kleinere heiligdommen. Verscheidene torens zijn nog
deels bedekt met het oorspronkelijke pleisterwerk. De gravures op de
bovendrempels van vooral de buitenste torens zijn goed bewaard gebleven. Het
tempelcomplex is omsloten met drie concentrische muren en een brede gracht. Op
iedere hoek van de eerste drie tempelniveaus staan stenen olifanten die goed
bewaard zijn gebleven. Op het derde niveau bevinden zich twaalf stoepa’s, aan
iedere zijde drie. Het heiligdom op het vijfde niveau was een latere toevoeging
uit de twaalfde eeuw.
De vier bakstenen torens van Lolei werden in
opdracht van koning Yasovarman I (889-910) gebouwd op een eilandje in het midden
van een grote baray of waterreservoir die door zijn vader was aangelegd. De baray was de eerste stap
op weg naar een omvangrijk irrigatiesysteem dat tenslotte rijkelijk de
landerijen rondom Angkor bevloeide. Maar de baray had ook een religieuze
betekenis omdat de berg Meru volgens de overlevering was omgeven door meren.
De nissen van de tempels bevatten gravures van
zandsteen. De versierde bovendrempels zijn goed bewaard gebleven. Op de
deurstijlen staan inscripties in het sanskriet. Volgens een van de inscripties
zijn de vier torens op 12 juli 893 door koning Yasovarman I gewijd aan zijn
moeder, zijn vader en zijn grootouders van moederskant. Het was de laatste
tempel die in Roluos werd gebouwd voordat de hoofdstad verhuisde naar Angkor.
Ongeveer tien kilometer ten noorden van Siem
Reap ligt Phnom Bakheng. Op de steile helling van deze heuvel werd de eerste
tempel in de buurt van Angkor gebouwd. Koning Yasovarman I (889-910) gaf de
voorkeur aan dit gebied boven het Roluos gebied waar voorheen de tempels werden
gebouwd. Phnom Bakheng vormde het hart van zijn nieuwe hoofdstad Yasodharapura.
Phnom Bakheng is een tempel met vijf lagen en zeven niveaus inclusief de
basis en de top. Ieder van de vijf lagen heeft twaalf torens. De top van de
tempel heeft vier torens in iedere windrichting en een heiligdom in het midden.
De zeven niveaus beelden de zeven hindoe hemelen uit en het aantal torens komt
overeen met de maankalender. Anders dan bij menig andere tempel is het
fundament van de Bakheng uitgehakt uit de rotsen.
De hindoe tempel met de naam van de
oostelijke Mebon is gebouwd in opdracht van koning Rajendravarman II (944-968)
op een eilandje in de oostelijke baray die heden ten dage geheel
drooggelegd is. De tempel is een kleinere versie van Pre Rup die zo’n vijftien
tot twintig jaar later vlakbij in het zuiden werd gebouwd. Boven op de tempel bevindt zich de bekende opstelling van vijf torens. In de fijn
bewerkte heiligdommen van baksteen bevinden zich gaten voor een pleisterlaag die
vroeger de torens bedekte. Stenen figuren van geharnaste olifanten op de hoeken
bewaken de fundamenten waarop de tempel is gebouwd. De tempel was in opdracht van koning Rajendravarman II gebouwd
ter ere van zijn ouders. Inscripties wijzen er op dat de tempel tevens was
gebouwd om de koninklijke heerschappij in Angkor opnieuw te bevestigen na een
korte onderbreking tussen 928 en 944 toen Koh Ker het tijdelijke centrum van de
macht was.
Pre Rup is gebouwd in opdracht van
Rajendravarman II (944-968) ten zuiden van de oostelijke Mebon. Evenals zijn
naburige voorganger is het een tempel met drie niveaus waarvan de bovenste
vijf torens heeft. De heiligdommen van baksteen waren in het verleden eveneens versierd
met een pleisterlaag. Op de zuidwestelijke toren zijn nog steeds fragmenten te
zien van de pleisterlaag. De bovendrempel bevat enkele zeer gedetailleerde
steengravures. De oostelijke torens staan op instorten en zijn gestut met houten
steunbalken die het beeld ontsieren. De naam Pre Rup (Draaiend Lichaam) is een
verwijzing naar een traditionele crematiemethode waarbij men het lichaam van de
overledene wentelde in de hete as, eerst in de ene richting en daarna in de
andere richting. Hieruit valt af te leiden dat de tempel mogelijk dienst deed
als een koninklijk crematorium.
Zo’n dertig kilometer ten noorden van Siem
Reap ligt Banteay Srei (Vrouwenburcht) een betrekkelijk kleine hindoe tempel
gewijd aan Shiva. De stenen van de tempel hebben een rozige tint. De
steengravures behoren tot de fijnste van alle Angkor tempels. Volgens de overlevering is de tempel gebouwd door een vrouw, omdat de
fijne steengravures te delicaat zijn voor een mannenhand. De bouw van de tempel
begon in 967. Het was niet de koning die opdracht gaf tot de bouw, maar een
brahmaanse vertrouweling aan het hof van Rajendravarman II (944-968) en later
Jayavarman V(968-1001). De tempel is vierkant en heeft ingangen in het oosten en
het westen. Een straatweg leidt naar de oostelijke ingang. De rijkelijk
versierde bibliotheken trekken de aandacht evenals de drie centrale torens die
zijn versierd met mannelijke en vrouwelijke godheden en filigraan reliëfs. Tot
de klassieke gravures in Banteay Srei behoren tere vrouwen met lotusbloemen in
hun hand en een traditionele rok, evenals adembenemende voorstellingen van het Ramayana
epos op de frontons van de bibliotheek. De hele tempel is bedekt met
versieringen.
Ta Keo is een strakke, onversierde tempel
die zonder twijfel een van de mooiste bouwwerken in Angkor zou zijn geweest als
de werkzaamheden afgemaakt waren. De tempel werd gebouwd in opdracht van koning
Jayavarman V (968-1001) en gewijd aan Shiva. Opmerkelijk is dat de tempel buiten
het grondgebied van de toenmalige hoofdstad werd gebouwd. De tempel was het
eerste monument van Angkor dat geheel van zandsteen was gemaakt. De top van de
toren in het midden is bijna vijftig meter hoog. De toren bevindt zich te midden
van vier kleinere torens op de hoeken van een vierkant. Deze opstelling is
kenmerkend voor veel tempels in Angkor. Het is onduidelijk waarom de
werkzaamheden aan Ta Keo nimmer zijn voltooid, maar het overlijden van de koning
is de meest waarschijnlijke reden geweest. De tempel stond in vroeger tijden
bekend als “de berg met de gouden pieken”.
Phimeanakas bevindt zich haast in het midden
van een ommuurd gebied waar eens het koninklijk paleis stond. Van de koninklijke
verblijven is echter niets overgebleven, met uitzondering van twee waterbassins
van zandsteen voor koninklijke
reinigingsrituelen. Het
paleis werd oorspronkelijk bewoond door koning Jayavarman V (968-1001) en
Udayadityavarman I (1001-1002), maar werd later uitgebreid en verfraaid door
Jayavarman VII (1181-1219) en zijn opvolgers.
Phimeanakas betekent “hemels paleis” en sommige onderzoekers zijn van
mening dat het bouwwerk ooit een gouden spits had. Volgens de overlevering werd
de gouden toren bewoond door een slang die veranderde in een vrouw als de koning
haar iedere nacht bezocht om te voorkomen dat het noodlot hem of zijn koninkrijk
trof. De tempel heeft drie niveaus. Vanaf het tweede en het derde niveau heeft
men een mooi uitzicht op Baphuon.
Baphuon ligt in het centrum van de stad Angkor zoals die bestond vóór
de vernielingen door de Cham. De bouw begon waarschijnlijk onder koning
Suryavarman I (1002-1049) en werd later voltooid door koning Udayadityavarman II
(1049-1065). Men nadert de Baphuon over
een verhoogd wandelpad van zandsteen. De top van het bouwwerk is helaas
ingestort en wordt thans opnieuw opgebouwd. De muur aan de westkant van de
tempel heeft omstreeks de vijftiende of de zestiende eeuw de vorm gekregen van
een liggende boeddha. De werkzaamheden zijn echter nimmer voltooid, zodat de
figuur moeilijk te herkennen is. Eigenlijk zijn alleen het hoofd, de heupen en
een arm enigszins herkenbaar. De overige lichaamsdelen zoals de benen en de
voeten zijn geheel verdwenen. De bouwwerkzaamheden van vijfhonderd jaar geleden
wijzen erop dat Angkor nooit geheel verlaten is geweest.
Op zo’n tien kilometer ten noorden van
Siem Reap ligt Angkor Wat. Zeer waarschijnlijk is het gebouwd als een graftempel voor Suryavarman II
(1112-1152) ter ere van Vishnoe. De tempel
is gericht op het westen waar de zon ondergaat – het symbool voor de dood. De
sculpturen van de tempel waren ontworpen om tegen de wijzers van de klok in te
bekijken, hetgeen gebruikelijk was bij oude hindoe begrafenisrituelen. Een straatweg leidt naar de hoofdingang. Daarachter liggen op
verschillende hoogten meerdere tempelhoven. De tempel
kent drie verschillende niveaus en telt vijf torens in de
vorm van een bijenkorf. De verschillende niveaus symboliseren de
vier fasen in het scheppingsverhaal van de hindoes. De toren in het midden stelt
de berg Meru voor met daaromheen kleinere torens (bergtoppen) die op hun beurt
zijn omgeven door lagere tempelhoven (continenten) en een gracht (oceaan). In de
middelste toren zinspeelt de koning op het leven na de dood, een verheven plek
waar apsara of hemelse danseressen lieflijk
en begeerlijk ronddartelen. Deze danseressen zouden zijn ontstaan uit het schuim
toen de goden de oceanen opwekten om het levenselixer te vormen. Bijna
tweeduizend verschillende apsara gravures versieren de muren van de
tempel. Het zijn de mooiste gravures van apsara in het Angkor tijdperk.
De meest bijzondere gravures bevinden zich echter op de buitenmuren van het
laagste niveau. Daar zijn figuren en voorstellingen afgebeeld uit de hindoe
mythologie evenals historische veldslagen van koning Suryavarman II.
De vestingstad Angkor Thom (Groot Angkor) is
gebouwd in opdracht van koning Jayavarman VII (1181-1219) kort na de verwoesting
van de vroegere hoofdstad door de Chams. In en rond de vestingstad leefden in
hoogtijdagen ongeveer een miljoen mensen. De stad had een oppervlakte van 10
vierkante kilometer en was omgeven door een muur van acht meter hoog en een
gracht van 100 meter breed. In het bouwontwerp herkent men wederom de berg Meru
omgeven door bergtoppen, continenten en oceanen. De stad heeft vijf monumentale
poorten: een in de noordelijke, de westelijke en de zuidelijke muur alsmede twee
in de oostelijke muur. De poorten zijn versierd met olifantenslurven en hebben
boven vier reusachtige gezichten van de bodhisattva Avalokiteshvara
gericht op de vier windrichtingen. Voor iedere poort staan reusachtige
standbeelden van 54 goden aan de linkerkant van de straatweg en 54 demonen aan
de rechterkant van de straatweg. Dit ontwerp is ontleend aan het verhaal van de
ziedende oerzee dat is afgebeeld op de buitenste tempelmuren van Angkor Wat.
Bayon in het midden van Angkor Thom telt vele lage doorgangen,
steile trappen en maar liefst 54 torens met elk vier reusachtige gezichten van
Avalokiteshvara. Volgens sommige onderzoekers kan het ook een afbeelding zijn
van Jayavarman VII (1181-1219), de boeddhistische koning die weliswaar brak met de
geloofsovertuiging van zijn hindoe voorgangers maar niettemin de koninklijke
vergoddelijking voortzette. Er is echter nog weinig bekend omtrent de betekenis
en de symboliek van het bouwwerk. Bewoners in de omgeving beweren
dat het Khmer rijk ten tijde van de bouw verdeeld was in 54 provincies en dat de
allesziende ogen van Avalokiteshvara of Jayavarman VII waakten over de
onderdanen in alle delen van zijn rijk. Het basisontwerp van de Bayon bestaat uit drie
niveaus. De eerste twee niveaus zijn vierkant en versierd met sculpturen. Zij
leiden naar een derde cirkelvormig niveau met de torens en de gezichten. In het
midden van her derde niveau bevindt zich een rijk versiert heiligdom. De gravures op de buitenmuren van het
laagste niveau zijn het best bewaard gebleven. Ze beelden een historische
veldslag uit tussen de legers van de Khmer en de Cham. Sommige gravures zijn niet afgemaakt, hetgeen duidt op
een onverwacht einde van het bouwprogramma als gevolg van een voortijdige dood
van koning Jayavarman VII.
Ta Prohm werd omstreeks 1186 gebouwd als een boeddhistische
tempel en gewijd aan de moeder van Jayavarman VII (1181-1219). Het is een van de weinige
tempels in Angkor met een inscriptie die informatie geeft omtrent het aantal
dienaren en bewoners in de omgeving. De inscriptie noemt een aantal van 80.000
personen, waaronder meer dan 2700 ambtenaren en 615 danseressen, hetgeen
wellicht enigszins is overdreven ter meerdere eer en glorie van de koning. Ta
Prohm bestaat uit torens, nauwe tempelhoven en smalle gangen. Veel gangen zijn
onbegaanbaar en bedolven met stapels sierlijk bewerkte stenen die van hun plaats
zijn gedrukt door de wortels van reeds lang vergane bomen. De sculpturen op de
opbollende muren zijn bedekt met verschillende mossen en planten, en struiken
nemen bezit van de monumentale daken. Bomen van soms honderden jaren oud steken
hoog boven de tempel uit, terwijl hun bladeren het zonlicht filteren en een
groen kleed over het geheel werpen. Aan de binnenkant van de oostelijke gopura
of toegangsportiek van de muur rond het centrale heiligdom bevinden zich enorme
boomwortels die onderling verstrengeld zijn geraakt. Op verscheidene andere
plaatsen is de tempel eveneens overwoekerd door het oerwoud.
Preah Khan (Heilig Zwaard) is een doolhof van gewelfde gangen, fijne beeldsnijwerken en bemoste metselwerken. De tempel werd gebouwd in opdracht van koning Jayavarman VII (1181-1219) mogelijk als een tijdelijk verblijf tijdens de bouw van Angkor Thom en gewijd aan zijn vader. De tempel is een goede tegenhanger van Ta Prohm met zijn hoftorens en zijn lage gangen. Preah Khan is echter beter bewaard gebleven en reeds enkele malen gerestaureerd. Het heiligdom in het midden van de tempel werd in 1191 ingewijd als een gebeds- en onderwijscentrum. De tempel was gewijd aan 515 godheden en in de loop van een jaar vonden er 18 grote plechtigheden plaats waarvoor duizenden personeelsleden op de been waren. Het tempelterrein van Preah Khan bestrijkt een grote oppervlakte, maar de tempel zelf bevindt zich binnen een rechthoekige ommuring van enkele honderden meters lengte. Vier processiewegen omzoomd met beelden uit de ziedende oerzee leiden naar de tempelpoorten. Vier overwelfde galerijen leiden naar het heiligdom in het midden. De binnenmuren waren in het verleden bedekt met een laag pleister. Tegenwoordig zijn nog veel steengravures bewaard gebleven waaronder essai (wijzen) en apsara. De hoofdingang van Preah Khan ligt in het oosten, waar op de buitenmuur van de ingang enorme boomwortels de hemel ingroeien. Vlak achter de oostelijke toegangspoort bevindt zich een merkwaardig gebouw van twee verdiepingen met ronde zuilen, waarvan de bedoeling niet bekend is. Het is het enig bekende bouwwerk met ronde zuilen in de gehele omgeving en stamt wellicht uit een latere periode.