Oost Cambodja Video Ban Lung

Het oosten van Cambodja strekt zich uit van Laos in het noorden langs de Mekong rivier naar Vietnam in het zuiden. Het gebied heeft in het oosten een lange grens met Vietnam. In het noordoosten ligt een van de meest ontoegankelijke, dichtbeboste en heuvelachtige gebieden in Cambodja. De noordoostelijke provincies zoals Ratanakiri bereikt men via de stad Kompong Cham. Alle wegen over land en water leiden via deze stad gelegen aan de Mekong rivier naar het noordoosten. Vlakbij de stad ligt een boeddhistisch heiligdom uit de elfde eeuw. Het gebouw van zandsteen en natuursteen maakt deel uit van een moderne tempel met de naam Wat Nokor. Verscheidene beelden en sculpturen zijn goed bewaard gebleven ondanks de bouwvallige staat van het bouwwerk. Vanuit Kompong Cham reist men verder naar de noordoostelijke provincies waaronder Ratanakiri.  

In de noordoostelijke provincie Ratanakiri wonen veel bevolkingsgroepen die bekend staan als de Khmer Loeu (Hoge Khmer) dan wel chunchiet of etnisch-culturele minderheden. Driekwart van de bevolking behoort tot deze minderheden die in stamverband bij elkaar leven en een eigen taal spreken. Ze hebben een animistisch geloof met bijbehorende gebruiken en voorzien in hun levensonderhoud door traditionele zwerflandbouw. Veel minderheden komen naar de markt van de hoofdstad Ban Lung om er goederen te kopen en te verkopen. In de hoofdstad vallen zij onmiddellijk op door de mand die zij op hun rug dragen om de goederen te vervoeren die zij op de lokale markt hebben aangeschaft.  

Tot de minderheidsgroepen behoren onder meer de Kreung (18%), de Tompuon (24%) en de Jarai (19%). Zij leven in het oerwoud, de heuvels en de bergen in kleine afgezonderde dorpen en voorzien in hun levensonderhoud door traditionele zwerflandbouw, jacht en fruitverzameling. Ze geloven nog in geesten.  Ieder van deze groepen heeft een eigen taal en gebruiken. Een traditionele klederdracht hebben ze tegenwoordig niet meer. Volgens hun overlevering was het kratermeer Yak Lom nabij Ban Lung een heilige plaats die werd bewoond door geheimzinnige wezens. In de buurt is een klein informatiecentrum over de plaatselijke minderheden. Daar bevindt zich ook een replica van enkele Kreung woningen. Bij de Kreung bouwen de jongens rond vijftien jaar een hoog huis naast het kleine huis voor het meisje. ’s Avonds ontmoeten ze elkaar en als het klikt trouwen ze een jaar later.   

In het oerwoud rondom Ban Lung liggen de dorpen en begraafplaatsen van de minderheden. Op zo’n vijfentwintig kilometer afstand ligt aan de oever van de Sesan rivier bij het dorpje Dal een begraafplaats van de Tompuon. Daar liggen in het oerwoud vlak naast elkaar verschillende families in graven die zijn versierd met afbeeldingen van de overledenen. De graven hebben een rechthoekige omheining, een dak van bamboebladeren en twee houten figuren. Op de omheining bevinden zich voorts houten snijwerken die enige gelijkenis hebben met olifantenslagtanden. Ieder graf bevat huishoudelijke voorwerpen voor de overledenen om te gebruiken in het hiernamaals zoals manden, borden, flessen, potten en schalen. Sommige van deze graven zijn al vele jaren oud en overwoekerd door het oerwoud. Helaas zijn veel grafvoorwerpen door kunstverzamelaars uit Europa meegenomen of opgekocht. 

De Tompuon bouwen hun huizen in een cirkel rond een gemeenschapshuis. Dat is ook het geval in het Tompuon dorp met de naam Dal. Het oude dorp is nog niet zo lang geleden verlaten omdat er in korte tijd veel bewoners overleden. De dorpsbewoners dachten dat het dorp werd bezocht door kwade geesten. Daarom moest de sjamaan in contact met de geestenwereld een  nieuwe plek zoeken. Die vond hij op enkele honderden meters afstand. Door het platbranden van de begroeiing ontstond er een open plek waar men de eerste huizen heeft gebouwd. De huizen staan op houten palen en hebben rieten daken, muren gemaakt van bamboematten of gevlochten bamboerepen en vloeren die rusten op bamboe dwarsbalken. De schaduwrijke plek onder het huis wordt gebruikt als opslagplaats voor hout of als leefruimte voor varkens en kippen.

De dorpen van de Jarai zijn opgebouwd uit longhouses of hoge paalwoningen bestaande uit verschillende afdelingen waarin gezinnen met een onderlinge familieverwantschap bij elkaar wonen. De longhouses hebben vaak meerdere vuurhaarden - een aparte haard voor ieder huishouden. De oudere kinderen en ongehuwde tieners slapen bij elkaar in een afzonderlijke ruimte. De vrouwen nemen het voortouw voor de huwelijksonderhandelingen. De mannen komen bij de familie van hun echtgenote in huis te wonen. Sommige dorpen van de Jarai hebben een gemeenschapshuis voor gezamenlijke activiteiten. Het is echter meer gebruikelijk dat feesten en bijzondere gebeurtenissen in het gezinshuis plaatsvinden. Dat is ook het geval in het Jarai dorp met de naam Anedong Meas. Het dorp telt zo'n twintig woningen. In een poging om hen op te nemen in de samenleving heeft de lokale overheid hun woningen geregistreerd en voorzien van een bord met opschrift.

Terug naar inhoudsopgave