Bevolking

Veruit de overgrote meerderheid van de bevolking bestaat uit Han Chinezen. Die zien zich als de erfgenamen van een eeuwenoude beschaving. Die beschaving is gebaseerd op drie peilers uit het begin van de keizertijd : het confucianisme, het tao‹sme en het boeddhisme. De Culturele revolutie halverwege de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft daarin weinig verandering gebracht. Volgens het confucianisme is de mens beschaafd als hij zich weet te gedragen naar zijn natuurlijke plaats in de samenleving. Hij moet gemeenschapszin, gehoorzaamheid en eerbied tonen voor zijn naasten zowel als zijn meerderen. Door deze deugden te cultiveren kan de mens zich opwerken op de maatschappelijke ladder. Volgens het tao‹sme daarentegen is het menselijk handelen niet van invloed op de natuurlijke ordening.  Iedere mens moet juist zijn eigen tao of natuurlijke weg volgen. Die bestaat in beginsel uit twee tegenpolen yin en yang die samen een eenheid vormen. Van hun wisselwerking is alles in het leven afhankelijk. Het is aan iedere mens om zelf  feng shui of natuurlijk evenwicht te vinden. De grondgedachte van het boeddhisme is dat de mens zich moet bevrijden van alle aardse zaken en begeerten om door bezinning uiteindelijk een toestand te bereiken van eeuwige rust.  

In de dunbevolkte en moeilijk doordringbare grensgebieden in het uiterste noordwesten en het uiterste zuidwesten van het land wonen andere etnische en culturele groepen met een geheel eigen wereldbeeld. Deze shaoshu minzu of nationale minderheden hebben van oudsher weinig op met de beschaving die de vroegere keizers cultiveerden vanuit hun verafgelegen machtscentrum. Zij integreren al vele eeuwen lang niet met de Han Chinezen. Die kijken op hen neer vanwege hun afkomst en hun afwijkende godsdienst.  In het noordwesten wonen veel Hui die ten dele afstammelingen zijn van Arabische kooplieden en het islamitische geloof aanhangen. In de westelijke hooglanden wonen veel Tibetanen die aanhangers zijn van het lama‹sme. Dat is een vorm van boeddhisme vermengd met mystieke praktijken uit inheemse natuurgodsdiensten. In de zuidwestelijke hooglanden wonen andere minderheden zoals de Bai en de Naxi. Die kennen een bonte mengeling van godsdiensten vermengd met animistische gebruiken. In de bergen in het zuidoosten tenslotte wonen de Yao waarvan een aanzienlijk deel inmiddels is bekeerd tot het christendom, maar waar animistische gebruiken nog steeds voorkomen. 

Deze minderheden onderscheiden zich niet alleen vanwege hun afkomst en hun godsdienst. Ze onderscheiden zich ook door hun kleding. Die geeft uitdrukking aan hun etnische afkomst en sociale status. Aan de kleding ziet men of een vrouw getrouwd is, of ze rijk is en of ze bekwaam is in handwerk. Veel vrouwen van etnische minderheden weven en borduren nog steeds hun eigen kleding. Die kleuren ze met een kleurstof die ze op de plaatselijke markt hebben gekocht. Borduurwerk is een wezenlijk onderdeel van de klederdracht en traditionele symbolen worden van moeder op dochter doorgegeven. Ze verwijzen naar plaatselijke mythen en legenden. Jonge vrouwen borduren nog steeds draagtuigjes voor hun kleine kinderen. Oude vrouwen borduren hun eigen doodskleed. Maar ook de traditionele klederdracht gaat met zijn tijd mee. Tegenwoordig kiest men voor fabriekskleding met kunstmatige verfstoffen. Ook in de spreektaal onderscheiden de minderheden zich. Dat geldt overigens niet voor de Hui. De taal van de Naxi behoort daarentegen wel tot een andere taalgroep en is verwant met het Tibetaans. De Yao taal behoort tot een geheel andere taalgroep. De taal van de Bai neemt een wel heel bijzondere plaats in. Het is van oorsprong oud Chinees vermengd met plaatselijke invloeden. 

De houding van de communistische overheid tegenover de minderheden is ambivalent. Aanvankelijk steunden de communisten de minderheden in hun streven naar onafhankelijkheid en vrijheid van onderdrukking. Maar na de machtsovername stelden zij zich terughoudender op uit vrees voor het uiteenvallen van de volksrepubliek China. Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts ontmantelden zij de traditionele etnische samenlevingsverbanden die plaats moesten maken voor nieuwe economische samenwerkingsverbanden. Later moesten de minderheden tijdens de Culturele Revolutie hun eigen identiteit prijsgeven onder druk van het communistische streven naar gelijkheid. Hun traditionele gewoonten en gebruiken golden als overblijfselen van een feodaal verleden dat in de weg stond van de vooruitgang. Daarentegen kunnen de minderheden tegenwoordig rekenen op meer steun en begrip van de communistische overheid. De gezinnen mogen bijvoorbeeld meer dan ‚‚n kind hebben om weer op traditionele wijze landbouw te kunnen bedrijven en in het eigen levensonderhoud te voorzien.  Maar de minderheden leggen zich steeds meer toe op de verbouw van marktgewassen.  Door de introductie van moderne landbouwmethoden en andere economische vernieuwingen vallen de traditionele dorpsgemeenschappen als vanzelf uit elkaar. Daarnaast dreigt door moderne scholingsprogramma's de belangstelling voor de eigen taal en cultuur te verdwijnen. 

Steeds meer minderheden werken in de toeristen industrie die hun bijzondere gewoonten en gebruiken heeft ontdekt. Het toerisme leidt onherroepelijk tot veranderingen in de traditionele levenswijze en omgangsvormen. Een goed voorbeeld hiervan is de Naxi gemeenschap in het zuidwesten van China. Het schilderachtige oude stadje Lijiang met zijn monumentale straten en huizen en zijn kleurrijke bewoners wordt tegenwoordig druk bezocht door talrijke toeristen. Die zoeken er de plaatselijke romantiek van het eenvoudige leven uit vroeger tijden. De werkelijkheid is echter dat veel vroegere bewoners de tegenwoordige drukte zijn ontvlucht. Moderne ondernemers hebben in veel oude panden bars en restaurants ondergebracht evenals pensions en hotels alsmede bedrijfjes en winkeltjes die souvenirs verkopen. In het stadje en de naaste omgeving treft men nog nauwelijks oorspronkelijke Naxi bewoners aan. Daarnaast ontstaan er verschillen tussen de moderne handelaars en ondernemers in de toeristen industrie en de traditionele landbouwers.  Desalniettemin heeft het toerisme een hernieuwde belangstelling gewekt voor de eigen culturele tradities. Daarvan getuigen bijvoorbeeld de theaters die voorstellingen opvoeren van traditionele Naxi muziek orkesten.  Diezelfde theaters vertonen ook voorstellingen waarin sjamaanse Dongba priesters oude rituelen uitvoeren en het eigen beeldschrift demonstreren.    

 

 

Terug naar inhoudsopgave