Xiahe Video Xiahe

Xiahe is een dorpje van dertienduizend inwoners op drieduizend meter hoogte in het noordwesten van China. Het dorpje was vroeger een belangrijke grensplaats aan de zijderoute vanwege zijn verbinding met de Tibetaanse hooglanden. In het begin van de achttiende eeuw heeft een plaatselijke geestelijke er een klooster gesticht. Van daaruit zijn overal in het land verwante deelkloosters opgericht. Dit Labrang klooster is ‚‚n van de meest invloedrijke kloosters van het lama‹sme of  Tibetaanse boeddhisme. Deze godsdienst is een mengeling van het boeddhisme met mystieke praktijken uit inheemse natuurgodsdiensten. Het hecht grote betekenis aan geheimzinnige symbolen en rituelen. V¢¢r de stichting van de communistische volksrepubliek China woonden drieduizend monniken in het klooster. Vooral tijdens de Culturele Revolutie werden de gebouwen en de kunstschatten op grote schaal verwoest en werden de monniken gedwongen een andere levensvervulling te zoeken. Tegenwoordig zijn de gebouwen grotendeels hersteld en wonen er weer zo'n tweeduizend monniken uit alle delen van het land. Het klooster is een omvangrijk centrum van kunst en wetenschap met een grote hoeveelheid kostbare heilige geschriften.

Het Labrang klooster telt zes gebedsruimten, vierentachtig tempels met afbeeldingen van Boeddha en meer dan vijfhonderd woon- en slaapvertrekken voor de monniken. Het herbergt bovendien zes academische opleidingen op het gebied van filosofie, almanak, astronomie, kunsten, medicijnen en logica. De gebouwen op het kloosterterrein zijn alle gemaakt van steen en klei met houten balken. De gebedsruimten zijn herkenbaar aan de lichtgroene daken van kwartskristal. De muur heeft onder het dak een donkerbruine kleur om de verheven status van het gebouw te benadrukken. De tempels met afbeeldingen van Boeddha zijn verschillend van omvang. Er is ‚‚n tempel met maar liefst zeven verdiepingen en daarnaast zijn er verscheidene andere tempels die eveneens meerdere verdiepingen hebben. Het grootste beeld van Boeddha in het klooster is tien meter hoog en het kleinste beeld is slechts enkele centimeters hoog.  In de tempels zijn naast de vele beeldhouwwerken ook godsdienstige muurschilderingen te bewonderen. De monniken hebben sommige kunstwerken zelf geboetseerd met behulp van vette jak boter en vervolgens kleurrijk beschilderd.  Op het kloosterterrein is voorts een drukkerij gevestigd die uitgaven verzorgt op het gebied van boeddhistische kunst en wetenschap. 

In het Labrang klooster zijn de symbolen herkenbaar van het Tibetaanse boeddhisme duidelijk herkenbaar. Op het dak staan vergulde metalen cilinders gevuld met mantra's of heilige teksten. Daarnaast staat ook het dharma wiel dat het traditionele symbool is van de boeddhistische prediking geflankeerd door twee herten. In het klooster hangen thangka's of rolschilderingen van de monniken. Ze zijn gemaakt op katoen, zijde of papier en beelden godsdienstige voorstellingen af. Ze hebben onderaan een zware houten stok om de schildering op te kunnen rollen voor opslag of vervoer.  Sommige van deze schilderingen beelden een mandala uit of een geometrische voorstelling die symbool is van geest en lichaam van Boeddha. Het ontwerp is gebaseerd op cirkels en vierkanten met ‚‚n centraal punt om de meditatie te ondersteunen. Op het kloosterterrein staan ook verscheidene stoepa's die de geest van Boeddha symboliseren. De vierkante basis stelt de aarde voor, de ronde vorm het water, de toren het vuur en het bovenste gedeelte lucht en ruimte. De ringen rond de toren zijn de stadia die men moet doorlopen om in de hemel te komen.

De monniken in het Labrang klooster behoren tot de orde van de gelugpa. Zij leven celibatair en zijn herkenbaar aan hun gele hoofdbedekking. Van jongs af aan krijgen ze er een opvoeding en verwerven zodoende een groot aanzien voor het gezin waaruit ze afkomstig zijn. Ze worden gewoonlijk al op hun zevende jaar monnik. Alleen de intelligente jongens kunnen deelnemen aan een studieleven binnen de kloosterscholen. Na een lange studie kunnen zij lama of abt van het klooster worden. Velen worden echter schrijver, dichter of kunstenaar en beschrijven godsdienstige voorstellingen of beelden die uit. Anderen worden dokter, onderwijzer of administrateur en beheren de goederen van het klooster. De hoogste leiding in het klooster is in handen van de lama die vaak op jonge leeftijd is ontdekt als incarnatie van een vroegere heilige. Helemaal bovenaan staat de Dalai Lama of Oceaan van Wijsheid en de Panchen Lama of Grote Leraar. De status van de monniken is herkenbaar aan hun kleding. De rapjung of prenovicen hebben een bruinachtig rode pij, de getsul of novicen hebben een donkerrode pij en de gelong hebben eveneens een donkerrode pij. 

Niet alleen het klooster en zijn bewoners trekken de aandacht, maar vooral ook de honderden pelgrims die dagelijks van heinde en verre toestromen in hun beste kleding. De vrouwen hebben donkere gewaden afgezet met een band van felle kleuren. Daaronder dragen zij felgekleurde kleding. Hun lange zwarte haren dragen zij in vlechten, die aan de uiteinden aan elkaar zijn gebonden. Alle pelgrims volgen de drie kilometer lange korlam of pelgrimsroute die om het klooster heenloopt. Zij lopen deze ronde in de richting van de wijzers van de klok zoals de planeten zich rond de zon bewegen. Langs de route staan in lange, laag gebouwde galerijen vele honderden manikhorkor of gebedswielen. De galerijen worden af en toe onderbroken door een grote hal met daarin Boeddha beelden rondom een enorm gebedswiel. Het is de bedoeling dat de pelgrim alle gebedswielen een keer aan het draaien brengt. Door het draaien van het wiel worden de soetra's of gebeden gelezen waarmee men zijn geloof betuigt. Tijdens hun tocht murmelen de pelgrims de naam van Boeddha in series van honderd maal. Om de tel niet kwijt te raken hebben ze een rozenkrans in de hand. Als de rozenkrans niet in gebruik is, houden ze hem als een ketting rond de pols gedraaid of dragen ze hem om de hals.

Terug naar inhoudsopgave