De meeste tempels liggen rond het kunstmatige meer Bindu Sagar of Druppel van de Oceaan. Het meer bevat volgens de overlevering water uit elke heilige rivier in India en een bad in het meer staat garant voor het afwassen van alle zonden. De van zonde bevrijdende kracht wordt nog steeds aangevuld door water uit de Ganges. Dat water wordt meegebracht door terugkerende pelgrims in zoveel flessen als ze kunnen dragen. Volgens de geschiedenis is het meer eens omringd geweest door zevenduizend tempels. Het hindoe‹sme was hier onder de invloed van een vruchtbaarheidscultus gekomen en dat bleek uit de fallische inspiratie van hun hoge torens en uit de erotische reli‰fs op de wanden. Veel van deze tempels zijn in de zestiende eeuw vernietigd of beschadigd door de Mogols vanwege hun erotische voorstellingen. Aan de oever van het meer ligt onder andere de tempel van Ananta Vasudev. De tempel is in 1278 gebouwd. In deze tempel worden vooral Balabhadra en Subhadra - broer en zus van Jagannath- aanbeden. De tempel vertoont enige gelijkenis met de tempel van Heer Jagannath in Puri. In deze tempel verkoopt men op grote schaal het heilig voedsel (prasad) aan de bevolking.
De Mukteswar Mandir is een tempel uit de 10de eeuw en is kenmerkend voor de overgangsfase tussen de vroege en latere stijl van de Kalinga-architectuur. Ofschoon de jagamohan nog vele kenmerken heeft van de vroegere bouwstijl, is het ontworpen als een zelfstandig bouwwerk in plaats van alleen maar een voorportaal voor de eigenlijke tempel. Zowel de jagamohan als de hoofdtempel zijn gebouwd op een verhoging met gebeeldhouwde muren. Voor het bouwwerk staat een mooie toegangspoort of torana, een booggewelf versierd met boeddhabeelden en makara's, mythologische krokodillen. De tempel is overdekt met fijn beeldhouwwerk. In het heiligdom bevindt zich een lingam met een cobra, het symbool van Shiva. Achter het gebouw ligt een heilige vijver die dienst doet als wasplaats voor de lokale bevolking. Op het tempelterrein ligt ook de Siddeswar Mandir. Dit bouwwerk is van later datum en mist het gedetailleerde beeldhouwwerk van de Mukteswar Mandir. De nissen in de buitenmuur van het terrein bevatten naast hindoe‹stische ook boeddhistische en jainistische beelden, hetgeen duidt op een samensmelting van de verschillende godsdiensten in Orissa.
De beroemdste tempel van Bhubaneswar is de Lingaraj Mandir. De tempel is gewijd aan Lingaraj of Shiva als "heer van het universum". Dit 1000 jaar oude heiligdom is gebouwd door de dynastie‰n van Kesari's en Ganga's. Het bouwwerk steekt boven de stad uit en zijn hoge toren is tot in de verre omgeving te zien. Alleen hindoes mogen de tempel betreden. Anderen kunnen het complex vanaf een platform aan de noordkant bekijken. Het ommuurde terrein bestaat uit tientallen gebouwen versierd met heel interessante reli‰fs. Voornaamste bouwwerken zijn het allerheiligste met een 55 meter hoge toren, de vergaderzaal, de danshal en de offerzaal. De fijne sculpturen beelden koningen, koninginnen, hofdansers, jagers, muzikanten, enzovoorts uit.
De Raj Rani Mandir is een sierlijke tempel uit het begin van de 11de eeuw en ligt in een grote en goed onderhouden tuin. Het bouwwerk is opgetrokken uit stenen blokken die verschillende tinten hebben. Lokaal staan de kleuren bekend als raja (donkerbruin) en rani (geelgetint). Helaas is de tempel in de loop der tijden hersteld en als gevolg daarvan heeft de jagamohan nauwelijks versieringen. Daarentegen is de hoofdtempel voorzien van prachtig beeldhouwwerk. De bolvormige toren (sikhar) bestaat uit bolvormige minitorens waardoor een symmetrisch effect wordt bereikt: het lijkt alsof de hoofdtoren uitstijgt boven een reeks kleinere torens zoals een hoge bergtop verrijst boven lagere toppen. Het beeldhouwwerk op de buitenkant is subliem, met beelden van ruiters en danseressen.
De tempel van Brahma - de Brahmeswar Mandir - ligt twee kilometer buiten de stad. Het bouwwerk dateert uit de 11de eeuw en lijkt qua architectuur en beeldhouwkunst op Mukteswar Mandir. Het heiligdom staat op een ommuurd platform, met op de vier hoeken kleine sikhara's en is overdekt met (erotisch) beeldhouwwerk. Voor de constructie van deze tempel werden voor het eerst ijzeren balken gebruikt.
Ongeveer acht kilometer buiten Bhubaneswar liggen twee heuvels die bezaaid zijn met grotten. Ze zouden in de 2de en 1ste eeuw v. Chr. zijn uitgehakt om plaats te bieden aan de vorsten van Kalinga en hun familie, na de nederlaag tegen keizer Ashoka. In deze periode en ook later nog gebruikten jaina kluizenaars de grotten om er te mediteren. De grotten liggen op verschillende niveaus en bestaan uit een of meer kluizenaarscellen. Enkele zijn voorzien van een veranda met pilaren aan de voorzijde. In totaal zijn er achttien grotten op de Udaygiri heuvel. De Rani Nur Gumpha, de Grot van de Koningin aan de voet van de heuvel, is gebouwd door koning Kharavela in de 2de eeuw v. Chr. De grot telt twee verdiepingen met ieder vier cellen. Op de muren zijn afbeeldingen te zien van jaina legenden en portretten van Kalinga vorsten. Op de gebeeldhouwde friezen zijn bekende legendes en historische scŠnes afgebeeld naast religieuze voorstellingen. De Hathi Gumpa of Olifantsgrot bevat een inscriptie van koning Kharavela. Voor de Ganesh Gumpha staan twee stenen olifanten. De muren boven de ingangen naar de cellen hebben schitterend beeldhouwwerk, met jachtscŠnes en een afbeelding van boeddha onder de bodhiboom. In de rechtercel staat een beeld van Ganesh. De Khandagiri heuvel telt vijftien grotten. Daarvan is de Ananta grot de voornaamste bezienswaardigheid.
Onder de heerschappij van de Kalinga vorsten bloeide het jainisme. Vooral onder koning Kharavela in de eerste eeuw v. Chr. werden de twee heuvels belangrijke centra van het jainistisch geloof. Na het uiteenvallen van het koninkrijk kwam het boeddhisme in opmars in de tweede eeuw n. Chr. om later plaats te maken voor de bloeitijd van het hindoe‹sme die in de achtste eeuw n. Chr. een aanvang nam. Zoals reeds vermeld werden sindsdien in en rond Bhubaneswar verschillende tempels gebouwd die aan Shiva waren gewijd, zoals de reeds genoemde Lingaraj Mandir. Velen van deze tempels kwamen tot stand onder heerschappij van de Kesari dynastie die de verspreiding van het boeddhisme ontmoedigde en tegelijkertijd een lichte heropleving van het jainisme aanvaardde. Nog steeds zijn de twee heuvels in trek bij veel mensen. De heuvels en de wijde omtrek wemelen van gelovigen en heilige mannen van allerlei aard. De heuvels liggen op de route van saddhu's die bezig zijn met een soms jarenlange pelgrimstocht om hun karma te versterken. Daarnaast bezoeken gelovigen de heuvels om er met hun gezin in aanwezigheid van de goden te ontspannen.