Java

Java is het dichtstbevolkte eiland van Indonesi‰. Het is van oudsher ook het belangrijkste eiland van de archipel. Java is door de jaren heen het economische en bestuurlijke centrum van de eilandengroep geweest. Het eiland telt verschillende grote steden. De bevolking is er zeer verschillend van samenstelling. Het grootste deel van de mensen is moslim. Tijdens de gebedsdiensten zijn de gelovigen meestal gekleed in een geruite sarong (geen batik), een wit overhemd of jasje. Op het hoofd heeft men een rechthoekig zwart fluwelen mutsje. De vrouwen dragen een witte sluier die alleen het gezicht vrijlaat. In West Java wonen de Sundanezen, een volk met een eigen taal en cultuur. Al vroeg bekeerden deze bewoners zich met hun vorsten tot de islam.Ook nu is de invloed van de islam op de maatschappij zeer groot. Bijna alle Sundanezen zijn zeer toegewijd en gelovig islamiet. In het Midden en Oost Java wonen de eigenlijke Javanen die nog veel van hun traditionele omgangsvormen hebben bewaard. Ook in hun taalgebruik hebben zij de verschillen in sociale status bewaard. Zo zijn er eigenlijke drie talen die in woordgebruik van elkaar verschillen: het laag Javaans (ngoko) dat een hogere spreekt tegen een lagere in sociale status, het hoog Javaans (krama) dat een lagere tegen een hogere in sociale status moet spreken,  en het tussen Javaans (madiya).

In het westen van Java ligt Malabar, een berggebied met uitgestrekte theeplantages die in de loop van de vorige eeuw zijn opgezet door Nederlandse planters. Aanvankelijk moesten zij vooral koffie verbouwen onder het regime van de gedwongen gouvernementscultures. Na de afschaffing daarvan schakelden zij al snel over op de verbouw van thee die veel geschikter was voor de grond en daarmee ook lucratiever. Een van die planters was Johannes Bosscha, een vooruitstrevend persoon, die zich niet alleen toelegde op de ontwikkeling van de onderneming maar ook op de ontwikkeling van de lokale bevolking. Met zijn financi‰le steun werden woningen gebouwd voor de arbeiders en een school voor hun kinderen. In de omgeving liet hij ook een sterrenwacht bouwen die de wetenschap moest bevorderen. Het landhuis waarin Johannes Bosscha woonde is ontsnapt aan de verwoestingen die na de koloniale periode zijn aangericht. Ook de arbeiderswoningen zijn bewaard gebleven voor de tand des tijds. Zij vormen de stille getuigen van een koloniaal tijdperk dat veel Indonesi‰rs uit het nationale geheugen trachten te wissen.  

Op midden Java  ligt in de omgeving van Yogyakarta het oude tempelcomplex van de Borobudur. Het is gesticht in de 9de eeuw. Het is in principe een boeddhistische stupa: vierkante basis, bolvormig lichaam en slanke top. Het heiligdom is om een heuvel heen gebouwd, zodat men nergens naar binnen kan. De onderbouw bestaat uit vijf terrasvormige verdiepingen, die van beneden naar boven ten opzichte van elkaar inspringen. De meer dan manshoge muren van deze terrassen zijn volledig bedekt met twee rijen van boven elkaar in steen uitgehouwen reli‰fs. Na het vijfde vierkante terras volgen drie cirkelvormige terrassen, die ten opzichte van elkaar eveneens trapsgewijs verspringen. Op de randen van deze terrassen staan in een cirkel opengewerkte stupa's opgesteld met een mediterende boeddha binnenin. De centrale top van de Borobudur is een reusachtige klokvormige stupa met een afgeknotte spits. Op de muren van de vierkante terrassen bevinden zich op regelmatige afstand van elkaar diepe nissen, waarin een mediterende boeddha is geplaatst. Alle boeddha's die ‚‚n zijde van het bouwwerk versieren hebben dezelfde handhouding of mudra. De bovenste reli‰fs op de binnenzijden van de muren die de gaanderijen omgeven, beelden verschillende verhalen uit. Die van de eerste gaanderij laten het leven van de historische boeddha zien tot aan het ogenblik dat hij de verlichting bereikt en vervolgens zijn leer gaat prediken. De onderste reli‰fs van deze gaanderij hebben jataka's als onderwep, stichtelijke verhalen over de daden van de boeddha in zijn vorige levens. Verder worden er awadana's afgebeeld: de goede daden die andere heiligen verricht hebben. De reli‰fs op de muren van de overige gaanderijen hebben betrekking op andere boeddhistische verhalen.

De symboliek van de Borobudur als geheel is dat men als gelovige pelgrim een tocht langs de reli‰fs maakt in de richting van de wijzers van de klok, dus steeds rechtsom. Deze ommegang vindt nog in de materialistische wereld plaats, waar alles slechts schijn is. Gesticht door de boeddhistische verhalen komt men aan op de ronde terrassen waar de aardse wereld plaats maakt voor een vergeestelijkte wereld. Men is als het ware in de hemelse sfeer beland, waar men inzicht krijgt in de absolute realiteit van het niets, dat zich boven de schijn verheft. Deze ommegang kan men maken via de hoge, steile trappen die vanuit het midden van elke zijde recht naar boven lopen en bij de gaanderijen onder smalle poorten doorlopen, die versierd zijn met een bekroning van een kala- of monsterkop.

Eveneens in de omgeving van Yogyakarta ligt op midden Java nog een ander beroemd tempelcomplex. Dat is het hindoe‹stische Lara Jonggrang. Het bouwwerk is beter bekend als Prembanan naar het gelijknamige dorp vlakbij. De restauratie van de Prembanan is al een eind gevorderd en behalve de aan Shiva gewijde hoofdtempel staan de tempels aan weerskanten daarvan, gewijd aan Vishnoe en Brahma, weer overeind. Aan de binnenzijde van de balustrades rond de gaanderijen van de Shiva- en Brahmatempel bevinden zich realistische reli‰fs, die episoden uit het beroemde hindoe-epos Ramayana afbeelden.  In het tempelcomplex aanbad men Shiva als Batara Guru (opperste leermeester) vergezeld door zijn gemalin Durga met acht armen (door de Javanen Lara Jonggrang genoemd) en hun zoon Ganesh met de olifantskop. Naast Shiva en zijn gezin aanbad men er Brahma met drie hoofden, Vishnoe en tenslotte de stier Nandi, het rijdier van Shiva.

Terug naar inhoudsopgave