Luang Namtha Video Luang Namtha

In het noordwesten van Laos ligt de dunbevolkte provincie Luang Namtha. Het dichtbeboste landschap is er bergachtig en wordt doorsneden door wilde rivieren. De bevolking is verdeeld in diverse etnische groepen die deel uitmaken van de Lao Soung en de Lao Theung. Nergens in Laos is de concentratie van verschillende volken en stammen zo groot als in deze provincie. Veel voorkomende bevolkingsgroepen zijn de Hmong, de Yao (Mien), de Lenten en de Akha (Iko). Langs de weg van het dorp Xieng Kok naar Muang Singh kan men verschillende dorpen bezoeken. Ze worden bewoond door bevolkingsgroepen die nog sterk afgezonderd leven en voor een groot deel hun eigen gebruiken hebben weten te behouden. Hoog in de bergen dicht tegen de grens bij China ligt het dorp Ban Ta Sommai van de Akha's. Vlak bij Muang Singh dat in de regio bekend staat om zijn kleurrijke markt ligt het Yao dorp Oudom Sin.  

De Hmong wonen vrij hoog in de bergen, daar waar papavers goed gedijen. Uit deze planten wint men opium. Het is de enige bron van inkomsten van de Hmong. Verder leven ze van het verbouwen van droge rijst op een platgebrand stuk bos, van het houden van varkens, kippen en buffels, en van de jacht. Ze zijn in de regel halfnomaden die wegtrekken als de grond is uitgeput. Een dorp van de Hmong is gewoonlijk gebouwd op een open plek tegen een berghelling. De huizen zijn van hout of bamboe en staan op de grond in plaats van op palen. Elk huis heeft een woonkamer, een of twee slaapkamers en een slaapplaats voor gasten. In het huis nemen haard en huisaltaar een vooraanstaande plaats in. De Hmong zijn onder te verdelen in kleinere groepen die vernoemd zijn naar de kleur van hun kleding. De bekendste groep vormen de zwarte Hmong. De vrouwen dragen een hesje van zwart katoen, een blauwe rok tot op de knie met daarop een geborduurd schort en zwarte beenwindsels. Vrouwen en mannen hechten veel waarde aan zilveren sieraden die ook het familiekapitaal vertegenwoordigen. Jongens en meisjes trouwen als ze ongeveer 18 jaar zijn. Het huwelijk wordt vaak pas voltrokken als een stelletje de nacht met elkaar heeft doorgebracht. Polygamie komt voor, maar alleen als de eerste echtgenote haar toestemming geeft. De meeste Hmong zijn animist en doen aan voorouderverering. Ze hebben geen eigen schrift en hun geschiedenis en cultuur wordt van generatie op generatie mondeling doorgegeven. De Hmong staan bekend om hun onafhankelijkheid en hun strijdbaarheid. Velen van hen verlieten na de communistische machtsovername in 1975 het land. De overheid probeert hen te herhuisvesten in de lager gelegen gebieden. De offici‰le reden is de opiumteelt in de heuvels aan banden te leggen, maar ook speelt mee dat de regering de Hmong zo beter in de gaten kan houden.

De Yao komen oorspronkelijk uit het zuiden van China en zijn verwant aan de Hmong. Ze staan ook bekend als Mien. De Yao verbouwen droge rijst, ma‹s en opium. Het zijn uitstekende handwerkslieden die hun eigen geweren en messen maken. De zilversmeden maken prachtige sieraden. Ze wonen met de hele familie in grote houten huizen op een berghelling in de buurt van een bos en een rivier. Hun dorpen zijn eenvoudig te herkennen. Overal zitten vrouwen met zwarte tulbanden voor hun huis op lage krukjes te borduren. Bijna alle oudere vrouwen dragen een bril om het fijne handwerk te kunnen uitoefenen. Ze werken vanaf de achterkant van het doek en zien het patroon niet. Meisjes leren deze techniek al op vijfjarige leeftijd. Behalve een zwarte tulband dragen de vrouwen een hesje met rode kraag en een rok tot op de enkels. Onder de rok dragen ze een wijde broek. Rok en broek zijn met fraai borduurwerk versierd. De kinderen zijn te herkennen aan hun geborduurde mutsjes met rode pompoentjes. De Yao trouwen met de partner van hun keuze. Het huwelijk vindt pas plaats na de geboorte van een of meer kinderen. Ze hanteren een schrift met Chinese karakters. Hun religie is een unieke mengeling van voorouderverering, animisme en een oude vorm van Chinees tao‹sme. 

De Lenten zijn nauw verwant aan de Hmong en de Yao. Maar in tegenstelling tot hun verwanten bewonen de Lenten uitsluitend de lager gelegen rivierdalen. Ze leven van de rijstbouw op ge‹rrigeerde akkers. Opium verbouwen ze alleen voor eigen gebruik. Met de voltallige familie wonen ze in grote, rietgedekte huizen van bamboe. Voor de deur liggen stapels brandhout en overal lopen varkens. De naam Lenten ("blauwgekleden") dankt de groep aan de kleur van hun kleding. Zowel mannen als vrouwen dragen katoenen kleding die met behulp van indigo blauw geverfd is. De vrouwen zijn herkenbaar aan een zilveren munt in het opgestoken haar en aan het ontbreken van wenkbrauwen die bij het begin van de puberteit worden ge‰pileerd. De Lenten staan bekend als uitstekende papiermakers. Ze vermengen het merg van de bamboeplant met rivierwater tot pulp. Dit smeren ze uit op een met katoen bespannen frame en laten het drogen. Het eindresultaat is een felbegeerd soort hoogwaardig papier.

De Akha zijn afkomstig uit de Zuid-Chinese provincie Yunnan en worden in Laos ook Kaw of Iko genoemd. Akha's dragen handgeweven kleding van katoen. Bijna constant zijn vrouwen en meisjes bezig katoen te spinnen: zelfs op weg naar akker of markt komt men ze tegen met een klos in de hand. Ze verven de katoenen lappen met indigo zwartblauw en versieren ze met applicatiewerk. Vrouwen vallen op door hun hoofdtooi die afgezet is met sieraden en munten. Verder bestaat het kostuum uit een hesje over een soort haltertje, een korte heuprok en leggings onder de knie. Ze wonen in hoge huizen zonder ramen, op palen of op de grond. Elk huis heeft twee afdelingen: een voor de mannen en een voor de vrouwen, ieder met een eigen haard. In de vrouwenafdeling staat het huisaltaar. In elk dorp staat een gemeenschapshuis waar ongetrouwde stelletjes elkaar ontmoeten en waar pasgetrouwde paren wonen totdat ze een eigen huis hebben. Kenmerkend voor een Akha dorp zijn de dorpspoorten. Ze vormen de scheidslijn tussen de wereld van mensen en geesten. Door het dorp via de poort te betreden, laat een Akha de kwade geesten die de buitenwereld beheersen achter zich. Bezoekers mogen de poort niet aanraken. De Akha hebben geen naam voor hun religie. Ze volgen de "Weg van de Akha", een samenhangend geheel van tradities en gewoonten die het dagelijks leven bepalen. Wie hiervan afwijkt wordt geacht het dorp te verlaten. Tot nu toe hebben ze hun levenswijze goed weten te bewaren. Maar door de toenemende contacten met de buitenwereld komt hun cultuur onder druk te staan. Velen hebben het gevoel dat ze tussen wal en schip vallen en dat is een van de redenen waarom steeds meer mannen naar de opiumpijp grijpen.

Terug naar inhoudsopgave