Mae Hong Son

Het gebied ten noorden van Chiang Mai is vooral bekend vanwege de beruchte Gouden Driehoek - het drielandenpunt dat veel gebruikt werd voor de teelt en handel in opium. Maar de periode van de opiumhandel en -oorlog is al enige tijd voorbij. Nu wordt het gebied vooral bezocht vanwege de overweldigende natuur en het grote aantal bergvolken die hier wonen.  Een van de plaatsen die in dit rijk geschakeerde gebied liggen is Mae Hong Son ("Stad in de mist"). De stad ligt in een kleurrijk dal dat wordt omringd door hoge, met bossen begroeide heuvels. Tot enkele decennia geleden was de stad bijna afgesloten van de rest van Thailand en alleen bereikbaar door middel van een lange en zware tocht op de rug van een olifant. Dankzij de afgelegen ligging is de stad in staat geweest zijn eigen identiteit te behouden en de snelle veranderingen die de rest van Thailand heeft meegemaakt te weerstaan. 

In de bergen rondom Mae Hong Son leveren verschillende volken. De Karen maken ongeveer de helft uit van deze bergvolken. De meeste Karen zijn animisten en leven voornamelijk van de rijstbouw.  Getrouwde vrouwen dragen kleurige kleding, meestal een witroze gestreept jack. Jonge meisjes gaan vaak in het wit gekleed en de mannen dragen nu de dracht van de Thaise boer bestaande uit een spijkerbroek en een t-shirt.  De Lahu hebben een eigen klederdracht. Opvallend is het jasje, afgezet met brede repen van gekleurde stof langs de mouwen, schouders en sluiting. Een deel van de Lahu verbouwde oorspronkelijk papaver, maar sinds de Thaise regering de verbouw aan banden legde, is de teelt aanzienlijk teruggedrongen. De Yao maken prachtig borduurwerk en waren tot voor kort bedreven papavertelers. De Yao zijn panthe‹sten (het geloof dat God en de wereld identiek zijn) en vereren hun voorouders. De vrouwen dragen zwarte blouses en zwarte rokken of broeken, met kleurrijke borduurwerken en gekleurde doeken die om het middel hangen. Zij dragen vaak grote zwarte of donkerblauwe, geborduurde hoeden of tulbanden een een soort rode boa van veren rond de hals. De Akha leven op de berghellingen en -toppen en behoren tot de armste minderheden in Thailand. Ze hebben geen geschreven taal. Ze zijn panthe‹sten en doen aan voorouderverering. Ze verbouwen voornamelijk katoen en rijst, maar ook ma‹s, bonen en andere groenten. De vrouwen en meisjes dragen zwarte blouses en rokken tot boven de knie‰n en ronde borstsieraden op een openhangende geborduurde blouse. De hoge muts is bezet met pluimen, franjes, kralen en zilveren munten en sluit strak om het hoofd. De muts vormt op deze manier het kapitaal. De Lisu leven in clanverband, velen zijn animist en vereren hun voorouders. De vrouwen gaan gekleed in bonte blouses met lange mouwen en een ceintuur over de broek. Op het hoofd dragen zij een brede zwarte tulband met lange, afhangende koorden. De mannen hullen zich in een zwart jasje, met zilver versierd, en een blauwe of helgroene broek.

De Langnekken wonen in de Gouden Driehoek ten noorden van Mae Hong Son. Ze behoren tot de Paduang-stam, ‚‚n van de vele Karen-stammen. Ze wonen afgezonderd in de bergen van Noord-Thailand. Omdat ze een vluchtelingenstatus hebben, mogen ze niet zonder toestemming hun dorp verlaten. Bij een bezoek aan ‚‚n van de dorpen valt op dat er slechts een hobbelige toegangsweg is. Het dorp zelf ligt verscholen in een bergkom. Men heeft er geen stromend water of elektriciteit evenmin als riolering. De dorpsbewoners wassen zich aan de pomp en doen hun behoeften in het omringende oerwoud. De vrouwen in het dorp hebben van kinds af aan telkens een deel van de bruidsschat gekregen, bestaande uit zilveren of gouden ringen, die om de hals worden gedragen. Door de ringen worden de schouders en het lichaam naar beneden gedrukt, het is dus niet zo dat de nek steeds meer wordt opgerekt. Niet iedere vrouw of meisje krijgt ringen rond haar hals. Alleen degenen die geboren zijn op een woensdag of bij volle maan hebben de "eer" ringen rond hun hals te dragen. Daarnaast zijn er vrouwen die zware sieraden in hun oren dragen en zo hun oorlellen oprekken. De dorpsbewoners voorzien in hun levensonderhoud door de verkoop van handgemaakte textiel.

Wie een tocht maakt over de Pai vindt langs de oevers van de rivier nog veel ongerepte natuur van een bladverliezend moessonwoud met eiken. Bomen wortelen langs de oevers van de rivier of hun wortels reiken over de rotsen in het water. Af en toe ziet men een woning met een stukje landbouwgrond. De tocht over de rivier gaat per bamboevlot.

Terug naar inhoudsopgave